Op een warme zondag in augustus kregen we bezoek van een klein, sneeuwwit katertje dat dringend zocht naar een nieuw onderkomen.
Werd hij gestuurd op de een of andere onzichtbare manier? Dan was het misschien omdat hij al van ver mijn weke hart kon voelen, dat bij het aanschouwen van die prachtige, vurige ogen en dat heerlijke gespin nooit nee zou kunnen zeggen. Liefdevol namen we hem op in ons gezin, hopend dat Tijger, onze 10 jaar oude kater, hem ook zou aanvaarden. We wensten de nieuwkomer succes want zijn voorganger was het niet gelukt een plaatsje te veroveren in Tijgers’ hoge toren.
Ondertussen zijn we eind november.
Bas, zoals we hem genoemd hebben, is een slank, gespierde, levendige puber geworden die al heel wat avonturen en dus ook dierenartsbezoeken beleefd heeft. Tijger, die in mensenjaren vertaald, mijn gezegende leeftijd heeft bereikt, is niet zo opgezet met al dat drukke gedoe en laat dat onder niet mis te verstane kattentaal merken. Alleen heeft Bas daar niet echt een boodschap aan want hij wilt toch gewoon maar spelen, kom nou!
Het was nog donker toen mijn dochter vanochtend naar haar stageplek vertrok en de katten beneden op mij zaten te wachten. In bed was het lekker warm en ik had weinig animo om eruit te komen. Bas dacht daar anders over en sprong vlak naast mijn gezicht op bed, luid spinnend en super actief. Even later stonden ze beneden allebei zenuwachtig voor de deur te draaien. Weliswaar nadat ze hun buikje rond gegeten hadden aan een heerlijk geurende vleesmaaltijd … tenminste … voor hun dan toch. Op mijn nuchtere maag meuren die geuren in een afstotelijk palet. Tijdens het naar buiten dringen gaf Tijger nog een laatste blazende waarschuwing aan Bas en vertrok, richting … onbekend. Bas wilde hem vrolijk achterna rennen tot hij besefte dat er iets vreemds aan de hand was. Hij bleef staan, keek om zich heen, aarzelde, snuffelde en vond dat rare, witte goedje op de grond één groot mysterie. Heel voorzichtig, pootje voor pootje, waagde hij zich op het witte sneeuwtapijt.

Timide en alert werd meter na meter verkend. Het was een gek gezicht om die witte, bevallige kater in snel tempo, een beetje ineengedrongen, letterlijk in de sneeuw te zien verdwijnen, het avontuur tegemoet. Even later zag ik hem heen en weer rennen, sneeuw optillend alsof het een prooi was, de staart in de lucht en een gekromde rug van pret. Zijn ochtend was alvast schitterend begonnen.
Toen ik mijn zoon uitzwaaide naar school zat er een grote glimlach op zijn gezicht. Hij maakte vrolijke danspasjes in de sneeuw, draaide zich nog een laatste keer om zijn as, zwaaiend naar mij en verdween toen in snel tempo zijn eigen avontuur tegemoet. Zijn ochtend was tenminste alvast schitterend begonnen.