Vaak word ik wakker tijdens de nacht en ken jaren van slapeloze, lange en donkere uren, in stilte doorgebracht met alles waarvan het me voorkwam dat het me rust zou kunnen geven. Af en toe zijn er ook wel eens van die heerlijke momenten waarvan ik achteraf opgewekt zeg dat ik een abnormaal, normale slaap heb gehad. Eentje met echte dromen. Uitzonderlijk fris in het hoofd word ik dan aangenaam verrast als ik op de wekker kijk. Het is ochtend!
Vandaag wil ik je graag een iets andere nachtelijke ervaring vertellen.
Alsjeblieft, voorzie me niet van wijsheden of verklaringen, hoe goed bedoeld ze ook zijn. Het is gewoon een stukje van mijn leven dat ik met je wil delen. Ik koester geen ambities in theorieën en filosofieën maar vind een waarheid in de ervaring die ik koester als een gouden schat.
Soms word ik niet zomaar klaarwakker in de nacht om dan niet meer te kunnen slapen. Soms word ik wakker in een wereld verweven in die nacht. Niet echt in het midden neen, maar die uren net voordat het ochtendlicht van heel ver zal gaan schijnen. De donkerste uren van de nacht.
Ik word wakker en het voelt alsof ik uit mijn huid ga barsten. Mijn lichaam is te klein en veel te traag om alles wat en wie ik ben, te kunnen zijn. Om alle energie in mij de ruimte te geven die het schijnt nodig te hebben. De aarde is te klein. De materie op zich is gewoon te klein.
Het geeft niet of ik wakker word in een grote villa op de heide, in een appartement in de stad, in een hotelkamer in god weet welk exotisch oord of in een houten chalet in een natuurgebied aan de andere kant van de wereld.
De beleving is precies hetzelfde.
Ik draag de traagheid van de materie met me mee en dreig uit mijn voegen te barsten in weeral een eindeloze nacht. Het is niet eng, ik ben niet bang. Het is broeierig warm en, hoe zal ik het omschrijven, te klein … In een nanoseconde groei ik in proportie, groter dan ons huis, breder dan de straten van de stad, dieper dan het mistige meer en ronder dan de aarde. Ik raak het mysterieuze universum en eindig dan weer in mijn eigen bed.
Mocht je nu denken dat het geweldig is moet ik je teleurstellen. Het is niet bijzonder, het is gewoon, … het … ‘is’ …, meer niet.
Rusteloos draai ik rond in mijn bed. Deken wegduwen, kussen omdraaien. Deken terug, kussen in mijn nek. Op mijn buik, op mijn rug, op mijn zij en weer op mijn buik. Tot mijn lichaam langzaam de warmte en zachtheid om zich heen begint te voelen en mijn hoofd het juiste plekje in het kussen vindt.
Beetje bij beetje begin ik terug in mijn lichaam te passen en val in slaap …
even nog, voor de ochtend weer begint.
liefs, Daisy