Alweer een lentedag waarop de regen zegeviert. Een cd van Rick
Wakeman op de achtergrond en de kat die op de rugleuning van de zetel slaapt. Ik
heb nog geen zin om te douchen en in het werk te vliegen dat op me wacht dus zit ik in mijn warme kamerjas aan de laptop en
beland spontaan 30 jaar terug in de tijd. Is het dat melancholische regenweer dat me altijd weer meeneemt? Is het het ouder worden dat het verleden
dichterbij brengt? Zo oud ben ik nog niet.
Zeker niet als ik me een prille twintiger voel, deinend op
de overzetboot van Nantucket, Massachusetts naar Hyannis, alleen op reis naar
New York waar andere verrassingen zich zullen ontvouwen. Ik vraag aan mensen of ze
de richting van de Big Apple zullen uitrijden maar ik kan niemand vinden.
Sinds
de boot de haven uitgevaren is voel ik ogen in mijn rug. Iemand slaat me
nauwlettend gade. Ik draai me om en kijk in de vriendelijke maar doordringende ogen
van een man die ik ongeveer 45, 46 jaar schat. Hij knikt niet, geeft geen
zichtbaar teken van herkenning en ik besluit om een kop koffie te drinken aan
het buffet. Als ik daarna op het winderige dek ga wandelen en mij omdraai om mijn
sjaal rond me te kunnen wikkelen tegen de zon en de wind ontwaar ik opnieuw
zijn blik. Het voelt niet gevaarlijk, ook niet vijandig. Ik kan het
niet thuis wijzen, het voelt vreemd.
Alle passagiers staan ondertussen te wachten om aan wal te gaan en de
mysterieuze man biedt me op het laatst mogelijke moment een lift aan. Hij woont in Greenwich, dat ligt in de
buurt van mijn eindbestemming. Twee dingen gaan door me heen. Ik heb geen
andere mogelijkheid om te reizen, tenzij het vervelende vooruitzicht om van de ene trein
en bus op de andere te springen. Als ik de man bekijk voel ik volkomen onschuld.
Ik weet niet waarom maar het voelt oké. Ik besluit om mee te rijden.
In de auto vertelt hij dat hij elk jaar met vrienden gaat
vissen in Nantucket. Ik denk terug aan de afgelopen tijd. Aan mijn baantjes
hier en aan de vissers die dagelijks terugkeerden van de oceaan met verse vis,
kreeft en scallops. Scallops! Hoeveel ruwe schelpen zouden mijn handen
gepasseerd zijn om met een vlijmscherp mesje in één vloeiende beweging in een
emmertje te belanden. Kapotte handen, pijnlijke nekspieren, ruikend naar vis
maar hoe voller het emmertje, hoe meer dollars als ik 's avonds doodmoe de deur
achter me sloot.
Ik voel hoe hij me zit aan te kijken en weet dat de vragen
die hij stelt over mijn bezigheden in het leven niet zonder doel zijn. We zijn een
half uur onderweg en hebben nog 6,5 uur voor de boeg. Het valt me plots op dat
we ons niet aan elkaar voorgesteld hebben. Hij heet Norbert en komt uit Groot-Brittannië. "All
right, that should work", zeg ik een beetje lachend, "I'm European
too". Hij schuifelt een beetje zenuwachtig heen en weer en vraagt
waar ik dan wel vandaan kom. "I'm from Belgium" zeg ik.
Even lijkt het of alles stil valt, alsof iemand even
voelbaar het stuur overneemt. Hij is lijkbleek en stopt aan het eerste
wegrestaurant dat we tegenkomen. We drinken zwijgend koffie en een onverklaarbare rust komt over
ons heen als we weer gaan rijden. Na een lange stilte zegt hij dat hij mij iets
wilt vertellen. Een verhaal dat hij nog nooit verteld heeft tegen a living
soul. Het mooiste verhaal van zijn leven.
Hij was 20 toen hij, samen met enkele andere collega's door
zijn firma naar België werd gestuurd om een vergadering bij te wonen in Brugge.
Zijn collega's besloten de stad te gaan verkennen de eerste avond. Hij voelde
er meer voor om rustig in het hotelletje te eten en zich voor te bereiden op de
volgende dag. Terwijl hij aan het tafeltje ergens over zat te denken, zag hij
de zwarte vleugelpiano aan de andere kant van de kamer. Hij kon de verleiding
niet weerstaan en ging op de kruk zitten, plaatste zacht zijn handen op de toetsen en
speelde zijn lievelingsmuziek. Mensen kwamen rond de piano staan en het werd er
heel gezellig. Een van luisteraars was een meisje van ongeveer 19 jaar. Een doodgewoon
meisje, niets opvallends maar om de een of andere reden fascineerde ze hem en hij
zocht contact. Gelukkig sprak ze Engels. Een bonus. Ze was daar met haar ouders
en die hadden het niet op hem gemunt, maar zij wel en dus spraken ze stiekem af
de volgende avond. Het moment waarop ze die bewuste avond in de lobby verscheen werd hij tot over
zijn oren verliefd. "Zij was de mooiste", vertelde hij heel eenvoudig.
Ze genoten intens van elkaar maar hij moest terug
naar Groot-Brittannië en zij bleef in Brugge. Eens thuis verging hij van verlangen en
pakte nogmaals zijn koffers om terug te keren naar Brugge. Daar wond hij er
geen doekjes rond en vroeg haar meteen ten huwelijk. Ze waren dolgelukkig maar
haar ouders niet want ze mocht niet trouwen met een buitenlander. Ze zijn
elkaar in het geheim blijven ontmoeten en elk moment was een gestolen,
gelukzalig moment om nooit te vergeten. Een vakantie in Athene deed hen beiden beseffen dat geheimhouding niet was wat ze wilden en ze namen afscheid. Zo
snel als het begon kwam het einde, ze hebben elkaar nooit meer gezien. Hij
kreeg een aanbieding in Amerika en kwam niet meer terug.
Hij vertelt heel vluchtig over zijn huidige vrouw en hun 2 tieners, een stabiel gezin.
Het wordt weer stil in de auto. Beiden in gedachten verzonken rijden we verder tot aan een
heel behaaglijk restaurantje aan de Connecticut River. Voor we uitstappen kijkt
hij me even aan, speelt wat met zijn autosleutel en zegt dan: "I know,
here inside, that if I would see her again, I would leave everything behind to
go on where it all stopped so abruptly".
We stappen uit en genieten van het eten terwijl we in alle rust uitkijken op de River. Woorden
lijken nu brutaal, de stilte is helend. Op terugweg naar de auto laat ik mijn tas vallen. Hij helpt me
alles oprapen en als ik even opkijk staat hij met een Nederlands boek in zijn
handen. Een boek dat een Belgische vriendin me opstuurde tijdens mijn verblijf in
Nantucket. Hij slaat het open en begint te lezen alsof Nederlands zijn
moedertaal is. Mijn verbazing stijgt wanneer hij begint te vertalen wat hij net
gelezen heeft. Hij is het nooit vergeten. Dan zie ik het weer duidelijk, die
blik in zijn ogen die me al van op de boot gepuzzeld heeft.
In de auto vraag ik
naar zijn belangstelling voor mij en waarom hij dit mooie verhaal vertelt.
Hij kijkt me aan, zwijgt lange tijd en zegt dan: "Toen
ik jou daar op de boot zag stappen dacht ik dat ik gek werd. Je ogen, je lange
haren, je profiel, je stem, alles klopte. En toen je me vertelde dat je uit
België kwam en dan ook nog Vlaamse was, werd het even zwart voor mijn ogen. Jij
bent het evenbeeld van een jonge vrouw die op een zwarte vleugelpiano leunde in
een klein Brugs hotelletje, 20 jaar geleden."
Ondertussen komen we aan in New York. Ik haal zonder woorden mijn
rugzak uit de koffer van zijn auto en wil hem bedanken en vaarwel zeggen. Hij is me
voor.
Hij kijkt me recht in mijn ogen en met een onbestemde zachtheid
in zijn stem zegt hij:
"You know that I will probably hate you forever." Met de rugzak half over mijn schouders kijk ik op en antwoord: "I know" en verdwijn uit zijn leven.
"You know that I will probably hate you forever." Met de rugzak half over mijn schouders kijk ik op en antwoord: "I know" en verdwijn uit zijn leven.
Liefs, Daisy